.......................................... Modelspoor, Modelauto's en toebehoren

39950 Railbus met bijwagen

 39950 Railbus met bijwagen

klik om een afbeelding om te vergroten

Informatie over 39950 Railbus met bijwagen

39950 Railbus met bijwagen

Voorbeeld: railbus motorwagen serie VT 95.0 met bijwagen VB 140 van de Deutsche Bundesbahn (DB). Eerste serie, in purperrode oorspronkelijke kleurstelling, met bovenlichtvensters boven de cabine. Afleverings- en bedrijfstoestand rond 1952/53.
Model: met decoder mfx en uitgebreide geluidsfuncties. Geregelde hoogvermogensaandrijving met vliegwiel in motorwagen. 2 assen aangedreven. Antislipbanden. Binnenverlichting in motorwagen en bijwagen standaard ingebouwd. Met de rijrichting wisselend tweepunts frontsein en 2 rode sluitseinen op de motorwagen conventioneel in bedrijf, digitaal schakelbaar. Frontsein op cabine 2 en 1 van de motorwagen digitaal apart uitschakelbaar. Op de bijwagen lichten twee rode sluitseinen op afhankelijk van de positie van de motorwagen. Fontsein, sluitsein en binnenverlichting met onderhoudsvrije warmwitte en rode lichtdioden (LEDs), digitaal gezamenlijk schakelbaar. Tussen de rijtuigeenheden een stroomgeleidende koppeling met schaargeleiding. Een extra stroomloze koppelstang is meegeleverd voor gebruik bij meervoudige tractie. Bij een maximaal vierdelige eenheid (2 dubbele eenheden) kan met een schakelaar telkens het rode sluitsein op de bijwagens worden uitgeschakeld. Vrije doorkijk door cabines en interieur in de motorwagen en bijwagen. Opsteekbare remslangen los meegeleverd. Lengte over de buffer 28,2 cm.

  Control
Unit
DCC Mobile
Station
SX2 Mobile
Station 2
SX Central
Station
MFX
Frontsein · · · ·
Rijgeluid dieselloc · · · ·
Tyfoon · · · ·
Directe regeling · · · ·
Piepen van remmen uit · · ·
Frontsein cabine 2 · · ·
Conducteursfluit · · ·
Frontsein cabine 1 · · ·
Sluiten van deuren · ·


Highlights:

  • Volledig nieuwe ontwikkeling.
  • Met uitgebreide bedrijfs- en geluidsfuncties.
  • Binnenverlichting standaard ingebouwd.
  • Frontsein op de motorwagen per kant apart digitaal uitschakelbaar.
  • Rode sluitseinen op de bijwagen lichten op afhankelijk van de positie van de motorwagen.
  • Verlichting met warmwitte en rode LEDs.

VT 95.9 met VB 142 (railbus met bijwagen) Reeds in de jaren 30 ontstonden de eerste railbussen vanuit de wens om lichte en probleemloze voertuigen te ontwikkelen met gebruikmaking van onderdelen en componenten uit de vrachtwagen- en autobusbouw. Kort na het einde van de tweede wereldoorlog erkende de latere Deutsche Bundesbahn dat alleen door een extensieve inzet van dergelijke railbussen het bedrijf op veel economisch onrendabele nevenbanen tegen de groeiende concurrentie van de wegen was opgewassen. In 1949 kreeg daarom de Waggonfabrik Uerdingen de opdracht om een dergelijk voertuig te ontwikkelen. Tussen maart en augustus 1950 konden elf prototypen in gebruik worden genomen. De verwantschap met autobussen was onmiskenbaar. Een wielbasis van 4.500 mm, lichte buffers en een vrachtwagenkoppeling voor aanhangers waren karakteristieke kenmerken. Een aandrijving van één as werd verzorgd door een onder de vloer ingebouwde Büssing-motor met een vermogen van 110 PK over een mechanische zes-versnellingenbak. Met de VT 95 912 (later VT 95 9112) volgde in november 1950 het laatste en vooral toonaangevende voertuig uit de voorserie. Met bijzondere toestemming van de minister van verkeer kon bij deze railbus de wielbasis worden vergroot tot 6.000 mm. Dankzij de verlenging van de wagenkast was nu ook voldoende plaats beschikbaar. Na een grondige testperiode ontstond in de jaren 50 een hele familie van railbussen. Een eerste serie van 60 eenheden van de eenmotorige VT 95 rolde vanaf 1952 uit de fabriekshallen. De vaste wielbasis van 6.000 mm bleef, maar verder waren er een paar wijzigingen. De voorkant was nu gebogen uitgevoerd en met gewelfde bovenlichten uitgerust. Bij latere series bleven de bovenlichten achterwege. Driedelige vouwdeuren aan de uiteinden van de wagens zorgden voor een snelle passagierswisseling. Bij de bijbehorende bijwagens van de serie VB 140 (pas vanaf eind 1953 aangeduid met VB 142) was de korte wielbasis van 4500 mm behouden, de vorm was echter verregaand aangepast aan de motorwagen. De stoot- en trekkrachten werden nu opgevangen door lichte Scharfenberg-koppelingen. Verende beugels zorgden voor het elastisch opvangen van zachte aanrakingen door normale buffers. Tot 1955 werd de eerste serie gevolgd door vijf andere met in totaal 496 railbussen, waarbij met de inbouw van motoren van 130 en later 150 PK de prestaties voortdurend konden worden verbeterd. Met deze voertuigen verving de DB op talloze nevenbanen de stoomlocs, want alleen door de extreem economische manier van werken van de railbussen was het mogelijk om op veel lijnen het vervoer in stand te houden. Vanaf het midden van de jaren 70 werden de eenmotorige railbussen (vanaf 1968 serie 795) in grote aantallen uit de dienst genomen. In 1983 moest de 795 445 zijn laatste rit rijden. Talrijke 795's vonden in het buitenland en uiteraard ook bij museumsbanen in Duitsland nieuw emplooi. Tot het museumsbestand van de DB behoort de 795 240 (ex VT 95 9240).

De uitvoering voor gelijkstroom van dit model vindt u in het Trix H0-assortiment onder artikelnummer 22995.

Spoor: H0
Tijdperk: III
Eigenschappen: Digital

Bevat kleine delen, niet geschikt voor kinderen beneden de 3 jaarNiet geschikt voor kinderen beneden de 3 jaar.

EAN: 4001883399508

39950 Railbus met bijwagen

€ 379,95 p/st

helaas kan dit product momenteel niet online besteld worden

momenteel niet op voorraad, neem contact op voor de levertijd